Voortijdige corrosie van een substraat is vaak te wijten aan een defecte coating. Een belangrijke oorzaak hiervan is de aanwezigheid van onvolkomenheden in de afgewerkte coating. De voornaamste gebreken, die gezamenlijk worden aangeduid als porositeit, zijn:
De nattesponsmethode is geschikt voor dunne coatings en kan...
Elcometer is gespecialiseerd in producten om de locatie vast te stellen...
Uitlopen en verzakken:
Gebeurt wanneer de coating, onder de invloed van de zwaartekracht, verschuift en een dunne, droge laag achterlaat.
Kralen:
Gebeurt wanneer de coating onvoldoende terugvloeit om de, door luchtbellen veroorzaakte, lege plekken op het oppervlak van de coating te bedekken.
Kratervorming:
Gebeurt wanneer het substraat te nat is of de coating niet goed vloeit ontstaan lege plekken in de coating.
Poriën:
Gebeurt wanneer verstrikte lucht naderhand op de oppervlakte wordt vrijgelaten, of door verstrikte deeltjes (stof, zand enz.) die niet in plaats blijven.
Te dikke coating:
Wanneer teveel coating op het substraat aangebracht wordt barst de coating, door interne spanningen, tijdens het uitharden.
Te dunne coating:
Ongecoate plekken blijven over of de coating vloeit van bepaalde randen of hoeken van het substraat of een lasnaad weg. Ontoereikende coating kan de pieken van een substraat met ruw oppervlakteprofiel onbedekt laten.